dinsdag 10 oktober 2006

Praktisch natuurbeheer: Amfibieën en reptielen

Bij de KNNV is net een nieuw boek verschenen: Praktisch natuurbeheer: amfibieën en reptielen. De schrijver, Edo van Uchelen, is een goede kenner van deze diergroep en vanuit deze interesse en de ergernis over veel slecht uitgevoerd beheer heeft hij dit boekje geschreven.
Mede voor de bescherming van amfibieën en reptielen worden veel natuurontwikkelingsmaatregelen genomen zoals het plaggen van heide en het graven van poelen. In de praktijk echter blijkt dat deze ingrepen vaak juist ongunstig uitpakken. Ook bij het uitvoeren van andere reguliere beheersmaatregelen wordt te weinig rekening gehouden met aanwezige reptielen en amfibieën door te grootschalig en te netjes te werken en een ongunstige tijdsplanning.
Deze gids behandelt op overzichtelijke wijze de verschillende soorten en hun biotopen en beschrijft welke maatregelen van belang zijn voor padden, salamanders, kikkers, hagedissen en slangen. Het is een boek geworden voor de praktijk, voor beheerders en uitvoerders van groenonderhoud. Ook voor liefhebbers van natuurlijke tuinen bevat het boek veel informatie. Een aanrader!
Edo van Uchelen: Praktisch natuurbeheer: Amfibieën en reptielen, KNNV uitgeverij, ISBN10 90 5011 233 1

www.knnvuitgeverij.nl

zaterdag 7 oktober 2006

Renovatie groen rond Landgoed Dortwijk

In de winter en het voorjaar van 2006 zijn in een aantal groenstroken rond het landgoed Dordtwijk uitgebreide onderhoud- en renovatie werkzaamheden uitgevoerd met als doel de uitstraling van de groenstroken te verbeteren waarbij vooral het aspect veiligheid voor de gebruikers belangrijk is. Op verzoek van de eigenaren van het Landgoed zijn een paar extra voorwaarden aan het project toegevoegd om het besloten karakter van het landgoed te behouden en door een aantal aanpassingen de parkachtige sfeer van het gebied ook in het omliggende groen te vergroten.
Door de Stichting tot behoud van Particuliere Historische Buitenplaatsen is hier vervolgens een voorstel voor gemaakt. Van het Ingenieursbureau Dordrecht kreeg ik het verzoek om in verder overleg met de verschillende betrokken partijen een plan van aanpak te maken en de begeleiding van de uitvoerende werkzaamheden op me te nemen.



In de jaren ’70 zijn lang de randweg N3 stroken met snelgroeiende bomen en heesters aangeplant die uitgegroeid zijn tot dichte massieve groenstroken. Tussen het landgoed en de N3 bevind zich een aantal fiets en voetpaden en ook deze zijn grotendeels omsloten door dit soort groen. Het fietspad wordt veel gebruikt en vooral in de avonduren gaven de groene wanden een sterk gevoel van onveiligheid. Tussen de groenstroken waren een paar bijna dichtgegroeide doorkijkjes naar het Landgoed aanwezig en ook een aantal oude bomen rijen met Kastanjes, eiken en een fraaie Tulpenboom die oorspronkelijk bij het Landgoed behoorden.

In de onderbegroeiing staan stinzenplanten en door het vele dode hout is er een rijk dierenleven aanwezig. Een aantal afstervende bomen met spechtenholten zijn daarom ook zo gesnoeid dat ze nog een tijd veilig kunnen blijven staan. Een aantal dikke stammen van gekapte bomen zijn in de beplanting weer verwerkt.

Door uitdunning van de bomen en snoei van de heesters hebben de groenstroken een parkachtige structuur gekregen. De oude aanwezige “Landgoed” bomen hebben weer de ruimte gekregen die ze verdienen, jongere bomen kunnen zich verder gaan ontwikkelen tot volwassen formaten. Ook afzonderlijke heesters kunnen hun eigen groeivorm weer ontwikkelen in plaats van een gezamenlijke dichte structuur. Er is meer gelaagdheid ontstaan in de beplanting met bovenstaande bomen, middelhoge bosjes van meidoorn, wintergroene onderbegroeiing van vrijstaande taxussen en groepen hulst, lagere heestergroepen van o.a. wilde rozen, liguster en appelbes en een onderbegroeiing en zoomvegetatie met klimop, varens, inheemse kruiden en stinzenplanten. Tijdens de werkzaamheden vond ik in deze stroken ook zeldzaamheden zoals Guldenboterbloem en Grote Keverorchis in flinke aantallen.

Op een drietal plaatsen zijn open stukken gecreëerd waar een aanplant in landschapsstijl is gekomen van diverse coniferen waaronder monumentaal wordende soorten als Sequoiadendron en Taxodium die we ook op Dordtwijk zelf tegen komen. Daarnaast zijn er een aantal nieuwe Taxushagen aangeplant om de grensstructuur van het landgoed te verstevigen. Ook de aanplant van enkele lindes en een nieuwe Liriodendron op karakteristieke punten versterkt deze structuur.


Naast de kruidenvegetatie in de onderbegroeiing is er ook aandacht geschonken aan de graslandvegetatie. Door bij de verschillende grasstroken en (sloot)bermen een maairegiem in relatie tot de functie toe te passen zullen deze zich gevarieerder gaan ontwikkelen waarbij de biodiversiteit zal toenemen. Ter afronding van de herstelwerkzaamheden gaan de komende weken ook een grote hoeveelheid stinzenbollen zoals sneeuwklokjes de grond in.

Om de ingreep die nu gepleegd is een goed gevolg te geven heb ik samen met de gemeente Dordrecht een nieuw beheersplan opgesteld waarin het beheer naar een hoger kwaliteitsniveau wordt getild. De uitgangspunten hierbij zijn een duurzame ontwikkeling van het historische groen rond het landgoed en een verdere toename van de biodiversiteit. Ik hoop met deze mooie opdracht een bijdrage te hebben geleverd aan de versterking van belevingswaarde van dit fraai historische gebied.

zondag 9 oktober 2005

Prairietuin en industriepark

Het was een mooi stel dagen zo half september en in de Duitse wijnstreek hingen de trossen druiven nog te rijpen in de zon. Wij brachten hier met een klein groepje enthousiastelingen een bezoek aan het stadje Weinheim, waar een bijzondere proeftuin is aangelegd. Deze tuin, Schau-und Sichtungsgarten Hermannshof is in eerste aanleg een 2,2 ha grote particuliere tuin bij een landhuis midden in het stadje en is ruim 200 jaar oud. Rond 1980 werd in deze tuin door samenwerking van de eigenaar, een industriële familie, en de stad Weinheim een openbare particuliere botanische tuin opgezet. Hierbij werd op een wetenschappelijke en experimentele manier onderzoek gedaan naar meer natuurlijke beplantingssamenstellingen van vaste planten. Het uitgangspunt hiervoor wordt gevormd door de theorie van Richard Hansen, over de verschillende tuinplantenbiotopen. De directeur van de proeftuin Urs Walzer heeft in het park de verschillende biotopen zoals die door Hansen zijn gedefinieerd aangelegd en hierin een groot sortiment vaste planten en heesters aangeplant. Het geheel oogt als een zeer gevarieerd landschap met een buitengewoon hoge diversiteit en variatie.



De recentste ontwikkeling in de tuin betreft de aanleg van de prairiebeplantingen. De opvolger van Walzer, Cassian Schmidt heeft een groot grasveld omgetoverd tot een Amerikaanse prairie met verschillende gemengde beplantingen van droog en voedselarm tot vochtig en voedselrijk. Uitgangspunt voor de aanleg is het samenstellen van een evenwichtige, natuurlijk ogende en arbeidsextensieve aanplant met een hoge esthetische waarde.
Deze aanplant is nu een jaar of vier oud en begint in een interessant ontwikkelingsstadium te komen. Daarbij is de nazomer het hoogtepunt in deze beplanting. Reden genoeg om hier te gaan kijken.
Wij werden uitgebreid door de heer Schmidt zelf rondgeleid waarbij hij ons informeerde over het sortiment, de voor ons veelal onbekende soorten grassen, guldenroedes en asters, en over de aanleg en de ontwikkeling van deze beplantingen. Bij de aanleg maakt men gebruik van verschillende bodemsoorten van voedselarm en droog, puur split, tot voedselrijk met een toplaag van lava. De lava afdeklaag voorkomt een sterke inzaai van ongewenste soorten terwijl de echte prairiekruiden hier prima in kiemen. Het was fascinerend om te zien hoe de vegetatie van hoge grassen en kruiden van al deze prairiesoorten tot een prachtige hoge bloemenweide samensmolt. Ook gaf Schmidt aan welke problemen er ontstonden bij al te sterk uitzaaiende en uitgroeiende soorten. Vanuit eventuele gevaren voor flora vervalsing testen ze soorten op invasieve karaktertrekken. Ook benadrukte hij dat dergelijke beplantingen uitsluitend bedoeld zijn voor de bebouwde (stedelijke) omgeving en niet voor gebruik in het natuurlijke landschap. Hier kunnen prairiebeplantingen zeker een extra bijdrage leveren aan de variatie in openbaar groen. Door de late ontwikkeling in het jaar vormt deze beplanting ook voor insecten een late en welkome voedselbron met daarbij de kanttekening dat de echte soortspecialisten onder hen hier natuurlijk niet van profiteren.
Na een groot deel van de dag in deze tuin te hebben rondgezworven bezochten we ook het nabijgelegen Exotenwald. In dit heuvelbos zijn in de afgelopen twee eeuwen grote aantallen exotische bomen aangeplant. Vooral imposant waren de enorme Sequoia’s en Sequoiadendrons die hier onder meer natuurlijke bosomstandigheden een geheel ander karakter hadden dan als solitaire parkboom.

Op de terugweg brachten we een bezoek aan het Landschaftspark te Duisburg. Hier midden in het Ruhrgebied heeft men een industrieel complex weer gedeeltelijk een andere bestemming gegeven en deels als park aan de natuur terug gegeven. In het complex was een duikclub gevestigd in één van de gassilo’s, een theater in een hoogoven, een restaurant in het transformatorhuis en het rangeerterrein waar de kolen en het ijzererts werden overgeladen vormt nu het decor voor klimwanden en speelobjecten voor jong en oud. Er is hier een bijzondere samensmelting ontstaan van imposante industriële architectuur, recreatie en natuur. Voor ons was het een interessante afsluiting van een paar mooie en gezellige excursiedagen.

dinsdag 30 augustus 2005

Aangepaste stadstuin

In het centrum van Zaltbommel ligt de kleine maar bloemrijke stadstuin van Hannie. We hebben samen deze tuin ontwikkeld want er waren een paar bijzondere voorwaarden. De tuin moest toegankelijk zijn voor Hannie’s rolstoel maar er was een redelijk hoogte verschil aanwezig. Bovendien is Han helemaal plantengek en al die leuke soorten moesten toch een plaatsje hebben.
De plantvakken in de tuin zijn smal genoeg om er bij te kunnen en deels verhoogd door middel van stapelmuurtjes. Een verhoogde vijver zorgt voor een verkoelend element en de rand is geschikt om op te zitten. De zijkanten van oud muurwerk, een larix lattenschutting en een stalen pergola met ingebouwde berging worden optimaal gebruikt door de vele klimplanten. Daarnaast is er veel plaats voor potten en pannen. Ruimte genoeg dus om zich in haar hobby uit te leven.

Heptacodium, bijzonder onbekend

Als plantenfreak koop ik vaak planten om de naam. Toen ik voor ons vroegere tuincentrum inkopen deed kwam deze niet erg commerciële eigenschap regelmatig naar boven wat resulteerde in de vele winkeldochters. Omdat ik toch graag wilde weten welke plant achter die mysterieuze naam school werden deze dan ook driftig uitgeplant in een hoekje op de tuin.

Heptacodium miconioides is er een van. Ik vond hem bij Rinus Zwijnenburg op zijn kwekerij en kocht er een paar van. Nu ziet zo’n jong struikje er nogal kaaltjes uit en fotolabels waren toen nog geen gemeen goed. Ook wist ik er niet veel over te vertellen dus verkocht werden ze niet. Dus ook hij belande ergens in de heesterborder.
De struik groeide prachtig uit en bleek een waardevolle nazomer bloeier te zijn waar onze bijen driftig op vlogen. Toen we de oude kwekerij ontmantelde hebben we hem verplaatst en kreeg de Heptacodium een plaatsje in onze achtertuin, bij de bijenstal. Inmiddels is hij de drie meter ruim gepasseerd en komt hij momenteel weer in bloei met zijn prachtige licht geurende pluimen met witte bloemetjes. De bloei duurt tot half oktober, steeds komen er weer nieuwe knoppen open. Van de oude afgevallen bloemen resten dan nog de rood verkleurende stervormige kelkjes. Deze geven tot laat in de herfst de heester nog kleur.

Heptacodium miconioides behoort tot de familie van de Kamperfoelie, Caprifoliaceae, en stamt uit de provincie Zhejiang in China. Hij is door de bekende plantenverzamelaar E.H.Wilson naar Europa gebracht maar pas rond 1980 is de plant op kwekerijen in cultuur genomen. De engelse naam Seven Sons Flower, heeft vast ook een Chinese herkomst. De grote heester of kleine boom kan zo’n vier meter worden, maar hij groeit niet erg snel. De bast is lichtbruin en schilferig, de donkergroene ovale bladeren staan op een typische regelmatige wijze tegenover elkaar aan de takken. Hij vraagt een zonnige tot licht schaduwplaats op een humusrijke grond. Om zijn late bloei en het feit dat hij veel insecten lokt ben ik deze fraaie heester zeer gaan waarderen. De volgende keer koop ik weer zo’n onbekende naam. Je weet maar nooit!

Heidegebied in ere hersteld

Landgoed “De Manderheide” in Twente is een particulier natuurgebied van 20 hectare met gemengd loof- en naaldbos en een groot oppervlak open heide. De afgelopen 50 jaar heeft het bos langzaam bezit genomen van grote delen van de heide en de heide zelf vergraste door de enorme stikstofdepositie vanuit de lucht.
In 1985 was bijna de helft van het gebied bos geworden en was er in augustus nauwelijks meer paarse heide te vinden. Het werd tijd voor actie. Met hulp van familie en vrienden en inzet van een shovel werd een eerste gedeelte van het de heide afgeplagd. Dit gebeurde vrij rigoureus maar toen na een jaar de eerste heideplantjes op het kale zand verschenen bleek de aanpak succesvol. Er volgden nog een tweetal plagacties, in 1992 en 1997. Hierbij werd langs de randen van het heidegebied ook bosopslag verwijderd en tot heide omgevormd. De resultaten waren bijzonder goed. De heide kleurde in de nazomer het gebied weer paars en zeldzame verdwenen broedvogels zoals de grauwe klauwier, de nachtzwaluw en de roodborsttapuit keerden terug.



In 1996, tijdens de voorbereidingen voor de plagwerkzaamheden werden de zandhagedis op het terrein herontdekt. Deze bleken flink te hebben geprofiteerd van de voorgaande plagwerkzaamheden waarbij de noodzakelijke kale grond om eieren af te zetten was ontstaan.
Vanaf die tijd monitor ik de hagedissen op het terrein en heb ik me met het beheer bezig gehouden. Naast de zandhagedis is op het terrein een kleine populatie levendbarende hagedissen aanwezig en zwerven er enkele hazelwormen.

Zandhagedis








Levendbarende hagedis









Aan de hand van oude kaarten hebben we een plan gemaakt om nog meer bos te verwijderen en het heideareaal weer terug te brengen naar de situatie van omstreeks 1960.
Met een groot aantal vrijwilligers is in 2004 ruim een halve hectare bosrand verwijderd en dankzij een subsidie kon bijna drie hectare heide terug gewonnen worden.
Hierbij heb ik specifiek rekening gehouden met de biotopen van de hagedissen. Zandhagedissen houden zich graag op in overgangszones. Ze hebben behoefte aan dichte oude heide als schuilgelegenheid en voort de winterslaap, open plaatsen om te zonnen, kale maar insectenrijke randjes om te jagen en open zand voor het afzetten van de eieren. Levendbarende hagedissen hebben graag rommelige plekken met oud hout, dode boomstobben, graspollen en wat bramenstruweel. Oude pollen heide die nog levensvatbaar waren werden gespaard, van de bochtige smele, het gras wat de heide grotendeels verdrongen had bleven kleine eilandjes en randen gespaard. Deze zijn bijzonder insecten rijk, ook omdat de konijnen hier hun toiletten hadden. De grauwe klauwier jaagt daar graag op mestkevers en af en toe op een hagedis. De afgezaagde boomstammen bleven staan met een kraag oude vegetatie. Een deel van het plagsel werd op wallen en over takkenrillen in de bosrand gezet. Na het plagwerk werden nog wat bomen omgezaagd om als dood hout een verbindingzone met schuilgelegenheid te vormen over de aanvankelijk kale vlakte.
Nu, in de zomer van 2005, staan de eerste heide kiemen weer op het kale zand. Ik ben benieuwd hoe snel de hagedissen deze terreingedeelten weer gunstig genoeg vinden om ze wederom te bevolken.

Een uitgebreid verhaal over dit heideterrein heb ik geschreven in Oase herfst 2004

De speelplaats van NulVier in wording


Mijn twee Wilde Weelde collega’s Marleen van Tilburg en Hans Pijls hebben samen het initiatief genomen tot het opzetten van een samenwerkingsverband voor participatieve groenprojecten.

Participatieve groenprojecten of groene participatie projecten zijn projecten waarbij gemeenschappelijke buitenruimtes worden ingericht in samenwerking met de bewoners, de gebruikers of met vrijwilligers. Voorbeelden hiervan zijn kinderspeelplaatsen, schooltuinen, buurtgroen en tuinen bij sociale instellingen.

Onder de naam Buitenkans, hebben Marleen en Hans al verschillende projecten opgezet. De resultaten zijn zeer positief en Buitenkans zou best nog wat uitgebreid kunnen worden. Daarom hebben Marleen en Hans hebben mij gevraagd om ook mee te gaan werken en mijn specifieke kennis en ervaring in te brengen in het samenwerkingsverband.

Het eerste project waar ik aan heb deelgenomen is de aanleg van de kindertuin bij het kinderdagverblijf NulVier in Den Bosch. Marleen heeft een prachtig avontuurlijk ontwerp gemaakt en een enthousiaste groep ouders en medewerkers zijn aan de slag gegaan met de aanleg. We hebben voor de eerste start een workshop georganiseerd waarbij een aantal elementen zoals een zintuigenmuur, een wilgentunnel en een kruidenspiraal zijn aangelegd. Na deze start zijn de verschillende vrijwilligers zelf verder gegaan met onderdelen van de aanleg. Stapsgewijs zal de tuin verder vorm gaan krijgen en voor de kinderen een fantastische uitdagende speelruimte gaan opleveren.

Het ontwerp en veel foto’s van het aanlegproces zijn te zien op de website van Buitenkans
www.buitenkans.org

Ik vind zeer inspirerend om op een dergelijke wijze groenprojecten te realiseren.